Journalisten geven overheidscommunicatoren goed rapport (en omgekeerd)

Meer dan acht journalisten op tien zijn tevreden over de perscommunicatie van de overheid. Aan de andere kant is 87 procent van de overheids-communicatoren tevreden over de verslaggeving over zijn overheid of organisatie. Dat blijkt uit een onderzoek van Kortom (Vereniging voor Overheidscommunicatie) bij journalisten en overheidscommunicatoren. Kortom organiseert op woensdag 21 mei een congres over mediarelaties. Topspreker is Jamie Shea, de NAVO-woordvoerder tijdens de Kosovo-oorlog.

 

125 journalisten en 70 overheidscommunicatoren beoordelen elkaar

Wat is het oordeel van de journalisten over de perscommunicatie van de verschillende overheden, en wat vinden de overheidscommunicatoren van de journalisten hun werk? Dat was de opzet van twee indicatieve enquêtes van Kortom bij 125 leden van de Vlaamse Vereniging voor Beroepsjournalisten en 70 overheidscommunicatoren.

De enquêtes peilden naar de algemene tevredenheid, de kwalitatieve evolutie van de communicatie en de verslaggeving, de grootste ergernissen, de meest gewaardeerde eigenschappen en zaken die beide beroepsgroepen graag zouden veranderen bij elkaar. Daarnaast werd ook gevraagd in welke mate er commerciële druk is op een redactie. De enquêtes hadden geen wetenschappelijke pretentie.

 

Kwaliteit verbeterd, merendeel tevreden

Driekwart van de journalisten (74 %) vindt dat de overheidscommunicatie er het voorbije decennium op vooruit is gegaan. Een op vijf meent dat de kwaliteit ongewijzigd is, 5 procent ziet een achteruit-gang. Qua tevredenheid is 54 procent eerder tevreden en 27 procent tevreden. Bijna één journalist op zeven (15 %) is eerder ontevreden en vindt dat sommige overheden nog werk aan de communicatie-winkel hebben.

Ruim de helft (54 %) van de communicatiemensen oordeelt dat de kwaliteit van de verslaggeving de afgelopen tien jaar is verbeterd. Een communicatiemens op drie (33 %) ziet geen verschil met tien jaar geleden. 13 procent meent dat de kwaliteit van de verslaggeving is verslechterd. Bij de tevredenheid lopen de scores parallel met die van de perslui: 58 procent is eerder tevreden, 29 procent tevreden en 13 procent eerder ontevreden.

 

Goednieuwsshow en verkeerde weergave grootste ergernissen

Journalisten ergeren zich in gelijke mate aan het feit dat communicatieverantwoordelijken te veel gericht zijn op positieve berichtgeving (21 %) en niet weten hoe de pers werkt en wat een journalist verwacht (21 %). Dat communicatiemensen de pers als een verlengstuk beschouwen van hun informatiebeleid (18 %) vervolledigt de topdrie van de ergernissen. Persberichten met weinig nieuwswaarde stranden met 17 procent op een zucht van het ergernissenpodium.

22 procent van de overheidscommunicatoren betreurt ten zeerste dat informatie verkeerd wordt weergegeven. De tweede plaats gaat ex-aequo naar het feit dat journalisten met dossierkennis een uitstervend ras zijn (18 %) en dat sommige elementen zwaar overdreven worden. Het niet dubbelchecken van informatie haalt met 15 procent de vierde plaats.  

 

Goede bereikbaarheid en journalistieke objectiviteit sterk gewaardeerd

Persmensen waarderen vooral dat iemand goed bereikbaar is (29 %). Spreken met kennis van zaken haalt met 23 procent de tweede plaats bij de meest gewaardeerde eigenschappen. Het geven van duidelijke en correcte informatie (20 %) is goed voor de derde plaats. Vreemd genoeg haalt het kennen en begrijpen van de wereld van de journalist slechts 9 procent, terwijl het gebrek daaraan met 21 procent hoog scoorde bij de ergernissen. Eerlijke communicatiemensen kunnen maar op 5 procent  waardering rekenen.

De overheidscommunicatoren zitten er niet mee dat een journalist kritisch is, maar verwachten wel dat hij dat voor iedereen is (34 %). Ze waarderen het ook als alle partijen evenwichtig aan bod komen (18 %). De correcte weergave van feiten en uitspraken oogst brons met 16 procent van de waardering.

 

Meer denken als journalist en correct weergeven 

22 procent van de journalisten schuift een betere kennis van het journalistieke denken en handelen naar voren. Dat is het topantwoord op de vraag wat journalisten graag zouden veranderen aan communicatiemensen. Die beseffen volgens journalisten bijvoorbeeld te weinig wat de deadlines zijn. Heel wat journalisten stellen journalistieke ervaring voorop als vereiste om communicatie-verantwoordelijke te worden, anderen suggereren een stage op een redactie.

21 procent zou de bereikbaarheid verbeteren en de reactiesnelheid verhogen. Vooral de bereikbaarheid buiten de kantooruren is een tere plek, net als het lange wachten op informatie of de toezegging van een interview.

Open communicatie bij slecht nieuws is een verzuchting bij 18 procent. Een journalist stelt dat ‘woordvoerders informatie horen te verstrekken in plaats van informatiedeuren te sluiten.’ Een andere journalist vraagt dat woordvoerders minder bang zijn van de media: ‘Ze denken dat journalisten altijd onder valse voorwendsels info proberen te bekomen en op zoek zijn naar vuile verhaaltjes.’

De communicatiemensen vragen bovenal dat journalisten informatie dubbel checken en de feiten correct weergeven (30 %). Minder sensatiezucht (23 %) staat op de tweede plaats. Een communicator vindt ‘dat er een onevenwicht is tussen de media-aandacht voor het standpunt van actiegroepjes van enkelingen tegenover het (wellicht onsexy) standpunt van de overheid.’ Een andere communicator stelt dat journalisten kritischer zijn tegenover de overheid: ‘Kritiek op de overheid wordt vaak gepubliceerd zonder dat deze dubbel wordt gecheckt. Is dat omdat de mensen dat leuker vinden om te lezen?’ Meer dossierkennis (16 %) is de derde verzuchting.

 

Meer dan helft heeft geen visie op perscommunicatie

Journalisten denken dat 43 procent van de overheden geen duidelijke procedures heeft over de omgang met de pers. De communicatoren spreken dat tegen: 87 procent heeft naar eigen zeggen wel procedures daarvoor. Daarnaast heeft 52 procent van de overheden volgens de journalisten geen strategische visie op de omgang met de pers, wat wordt bevestigd door de overheidscommunicatoren (53 %).

 

1 journalist op 2 vindt redactie 100 % onafhankelijk

Uit het onderzoek bleek ook dat de redacties volgens 56 procent van de journalisten volledig onafhankelijk zijn. Een op drie (34 %) vindt dat de redactie onafhankelijk is maar dat de commerciële afdeling invloed probeert uit te oefenen. 10 procent vindt dat de commerciële afdeling duidelijk een vinger in de redactionele pap heeft. De communicatiemensen zien dat minder rooskleurig: slechts 43 procent gelooft in een volledige redactionele onafhankelijkheid, 53 procent meent dat er een voelbare commerciële invloed is.

Contacteer ons
Tom Van de Vreken Bestuurslid Kortom / woordvoerder VVM De Lijn
Tom Van de Vreken Bestuurslid Kortom / woordvoerder VVM De Lijn
Over Kortom

Kortom is de vakvereniging van meer dan 1100 communicatieprofessionals bij de overheid en socialprofit.

Om communicatie in de overheid- en socialprofitsector te professionaliseren en de deskundigheid van haar leden te vergroten, bundelt en verspreidt Kortom kennis en ervaringen over communicatie. De vereniging doet dat door verschillende activiteiten te organiseren, te investeren in onderzoek en mensen uit het vak samen te brengen. Kortom werd opgericht in 2000.

Kortom
Postbus 136
8000 Brugge